Voor de RIZIV-begroting 2027 komt er geen opdrachtenbrief van minister Frank Vandenbroucke. De federale regering raakte het niet eens over de inhoud. Tegelijk moet er worden bespaard en vragen verschillende zorgsectoren honderden miljoenen euro’s extra. Artsen vrezen dat daarvoor opnieuw in hun honoraria wordt gesneden.
Op 22 juli kreeg het Verzekeringscomité te horen dat er geen opdrachtenbrief komt. Zo’n brief legt de beleidsprioriteiten en het budgettaire kader vast waarmee het comité rekening moet houden bij zijn begrotingsvoorstel. Nu is het Verzekeringscomité zelf aan zet, binnen het bestaande meerjarenkader en de wettelijke timing.
171,6 miljoen besparen
De Algemene Raad van het RIZIV nam op 8 juni kennis van de meerjarenplanning voor 2027, 2028 en 2029. Over die drie jaar wordt een totale inspanning van ongeveer 638 miljoen euro verwacht. Voor 2027 gaat het om 171,584 miljoen euro, voor 2028 om 170,608 miljoen en voor 2029 om 296,066 miljoen euro. Die bedragen kunnen nog wijzigen door regeringsmaatregelen rond onder meer de groeinorm of indexering.
Een groot deel daarvan ligt al bij de geneesmiddelensector. In het meerjarenakkoord werd vastgelegd dat de netto-uitgaven voor geneesmiddelen de komende jaren 17,3% van de netto geautoriseerde uitgaven van de ziekteverzekering bedragen. Concreet komt 117,341 miljoen euro van de inspanning in 2027 bij de geneesmiddelen terecht, 90,109 miljoen in 2028 en 163,639 miljoen euro in 2029.
Voor de overige sectoren blijft ongeveer 54,2 miljoen euro te besparen in 2027, 80,5 miljoen in 2028 en 132,4 miljoen euro in 2029. “Het is over die inspanning dat het Verzekeringscomité zich zal moeten buigen”, zegt Stan Politis, voorzitter van de Federatie van Medische Specialisten (FMS).
728 miljoen extra gevraagd
Tegelijk lopen alle ingediende desiderata voor 2027 samen op tot meer dan 728 miljoen euro. De tandartsen vragen 252 miljoen euro extra en de ziekenhuizen ongeveer 190 miljoen euro. De verpleegkundigen vragen 82,1 miljoen euro en de psychologen 61 miljoen euro.
De artsen hielden hun nieuwe vragen beperkt. “De artsen wisten dat er bespaard moest worden en hebben weinig nieuwe initiatieven ingediend”, zegt Politis. Hij is kritisch voor de omvangrijke vragen van andere sectoren. Hij vreest dat het geld daarvoor opnieuw deels bij de artsen zal worden gehaald.
‘Artsen hebben hun les geleerd’
Vooral de rol van de ziekenfondsen en de oefeningen rond ‘appropriate care’ liggen bij Politis gevoelig. “De les die artsen geleerd hebben, is dat het meestal de ziekenfondsen zijn die de knuppel in het hoenderhok gooien onder de noemer ‘appropriate care’. Dat begrip klinkt mooi, maar in de praktijk betekent het vaak: haal de middelen bij de artsen en herverdeel ze naar andere sectoren. In geen enkele van die vragende sectoren zie ik tegelijk voorstellen om zelf te besparen.”
Ook van nieuwe ‘co-creatie’ met de ziekenfondsen verwacht hij weinig. Daarbij werken zorgverleners en ziekenfondsen samen voorstellen uit om middelen doelmatiger in te zetten en te besparen. “Artsen kunnen ieder nieuw initiatief van ‘co-creatie’ met de ziekenfondsen missen als kiespijn. Ze zijn nog altijd niet bekomen van de vorige edities. Die hebben vooral geleid tot eenzijdige besparingen op de artsenhonoraria.”
Politis verwijst naar de besparingsvoorstellen die in 2025 werden uitgewerkt en vanaf 2026 gevolgen kregen voor de artsen. Die ervaring verklaart mee waarom hij wantrouwig naar een nieuwe besparingsoefening kijkt.
Stijgende zorgvraag
Intussen neemt de vraag naar medische zorg toe door de vergrijzing, bevolkingsgroei en nieuwe medische technologie. “Artsen weten dat ze met hetzelfde budget alle bijkomende zorgvragen moeten opvangen: de vergrijzing, de bevolkingsgroei en de invoering van nieuwe technologie. Toch heeft de sector de voorbije jaren telkens zijn budgettaire doelstelling gehaald en zelfs onderschreden, zonder patiënten zorg te weigeren. Dan is het moeilijk te begrijpen waarom opnieuw vooral naar de artsen wordt gekeken zodra er bespaard moet worden”, aldus Politis.
De discussie draait nu om de verdeling van de besparingen en de nieuwe middelen. Voor 2027 moet buiten de geneesmiddelensector ongeveer 54,2 miljoen euro worden gevonden, terwijl alle desiderata samen meer dan 728 miljoen euro bedragen. Het Verzekeringscomité moet die oefening in enkele weken maken.
Strakke timing
Op 15 september worden de technische ramingen voorgesteld, gebaseerd op de realisaties van mei 2025 tot en met mei 2026. Op de eerste maandag van oktober moet het begrotingsvoorstel klaar zijn. Een week later volgen de adviezen van de Commissie voor Begrotingscontrole en de Commissie voor Gezondheidsdoelstellingen. Op de tweede vrijdag van oktober gaat de begroting naar de ministerraad.
Op de derde maandag van oktober stemt de Algemene Raad van het RIZIV over de begroting 2027. Omdat er geen opdrachtenbrief is, kan het Verzekeringscomité zijn voorstel zonder die instructies van de regering uitwerken. Tegen dan moet duidelijk worden hoe de besparingen worden verdeeld en welke nieuwe initiatieven nog in het budget passen.









Laatste reacties
Christophe Breusegem
23 juli 2026Wanneer gaan we besparen op ziekenfonds-werkingen??…
Kan het KCE met minder subsidies?
Kunnen we het met minder administratieve functies en managers stellen in ziekenhuizen en in het riziv en op ministeries?