Drie medewerkers van Artsen Zonder Grenzen (AZG), een Spaanse en twee Ethiopiërs, zijn in juni 2021 door soldaten van het Ethiopische regeringsleger geëxecuteerd in de opstandige regio Tigray. Dat concludeert de ngo na eigen onderzoek.
De hulpverleners werden volgens de organisatie gedood terwijl ze in een voertuig, dat duidelijk te identificeren was als een AZG-voertuig, onderweg waren naar gewonde patiënten. Op het moment van hun dood, op 24 juni 2021, bevond zich ook een konvooi van Ethiopische militairen op dezelfde weg. "Ze stonden met hun gezicht naar hun aanvallers en werden van heel dichtbij beschoten, verschillende keren", aldus de directeur-generaal van AZG Spanje, Raquel Ayora. De drie slachtoffers waren aan de slag voor de Spaanse afdeling van de ngo.
De Ethiopische autoriteiten zouden geen "geloofwaardige antwoorden" hebben gegeven op wat er is gebeurd, hoewel de ngo de voorbije vier jaar een twintigtal keer samenzat met vertegenwoordigers van de regering.
De Ethiopische autoriteiten kregen de conclusies van het rapport voorgelegd, maar gaven er geen gevolg aan, aldus nog de ngo. Het leger en Addis Abeba reageerden evenmin op vragen om toelichting van het persagentschap AFP.
De New York Times schreef in maart 2022 al dat een Ethiopische kolonel het bevel had gegeven om het drietal te doden. "Dat kunnen we niet bevestigen", zei Ayora nog.
De burgeroorlog in Tigray duurde van 2020 tot 2022 en eiste naar schatting 600.000 levens. De regio was zo goed als volledig afgesloten tijdens de oorlog: het Ethiopische regime blokkeerde internationale hulp en luchtvaart- en communicatieverbindingen werden afgesneden. Eind 2020 legde een vredesakkoord de wapens het zwijgen op, maar de humanitaire situatie blijft precair: 1 miljoen mensen, op de 6 miljoen die voor de oorlog in de regio woonden, zijn nog steeds ontheemd.
AZG trok zich na de dood van de drie collega's om veiligheidsredenen terug uit het noordoosten van Tigray.








