Wanneer kan een hernia als beroepsziekte worden erkend? Een arrest van het Arbeidshof van Luik geeft daarop een duidelijk antwoord. Een 52-jarige werknemer zag zijn aanvraag aanvankelijk afgewezen door Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s. Pas na een lange procedure kreeg hij gelijk. De zaak toont hoe de medische inzichten van de gerechtsdeskundige en de verslaggeving van de behandelende artsen het verschil maken.
In deze concrete zaak ging het om een 52-jarige werknemer uit de regio Namen, met een fysiek belastende job als installateur van verwarmingssystemen en sanitair. Hij liet een hernia (code 1.605.03) als beroepsziekte erkennen na een incident in september 2019, waarbij hij op het werk een zwaar object moest tillen. Maar Fedris wees zijn aanvraag af omdat het de blootstelling aan het beroepsrisico niet bewezen achtte.
De werknemer vocht die beslissing vervolgens aan bij de arbeidsrechtbank van Luik, die een gerechtsdeskundige aanstelde en hem gelijk gaf. Fedris legde zich daar niet bij neer en ging in beroep. Het Arbeidshof van Luik bevestigde echter de beslissing van de arbeidsrechtbank en oordeelde dat de vereiste blootstelling wel degelijk bewezen was.
Geen automatische erkenning
Een hernia wordt niet automatisch erkend als beroepsziekte. Ze valt onder een specifieke categorie die enkel geldt bij blootstelling aan risicofactoren zoals zware lasten of trillingen.
Daarvoor moeten twee elementen bewezen zijn: de aandoening moet volgens de medische wetenschap door die belasting kunnen worden veroorzaakt, en de patiënt moet er voldoende aan blootgesteld zijn geweest. Vooral dat laatste blijft vaak het struikelblok, omdat hernia’s ook frequent voorkomen zonder beroepsmatige oorzaak.
Fedris voerde aan dat het ging om een eenmalig arbeidsongeval en dus om een zuiver traumatisch letsel, terwijl de rechter oordeelde dat dit een onderliggende aandoening niet uitsluit.
Nuances waren doorslaggevend
Het Arbeidshof stelde dr. Pierre Geerts, orthopedist, aan als gerechtsdeskundige. Hij beperkte zich niet tot de diagnose, maar analyseerde ook de voorgeschiedenis. Hij beschreef de hernia als het resultaat van een onderliggende problematiek die door een acuut incident werd verergerd.
Die nuance bleek doorslaggevend omdat ze aantoonde dat een arbeidsongeval en een beroepsziekte elkaar niet uitsluiten. Voor artsen is dit herkenbaar, maar deze zaak toont dat het ook juridisch bepalend kan zijn.
Daarnaast speelden de behandelende artsen, met name een huisarts, een spoedarts en een orthopedist, een belangrijke rol. Hun medische verslagen documenteerden eerdere rugklachten en een evolutief klachtenpatroon. Die historiek maakte het mogelijk om de aandoening als degeneratief te beschouwen, in plaats van als een louter acuut letsel.
De adviserende artsen die Fedris inschakelde namen een andere positie in. Volgens hen was de hernia het gevolg van één incident en niet van een langdurige blootstelling aan zware lasten. Ook de mate van blootstelling werd betwist.
Zij baseerden zich daarbij op de Epilift 2012-methode, een wetenschappelijke methode om de fysieke belasting door het tillen van lasten op het werk te kwantificeren, en wezen erop dat een vergelijkbaar niveau van fysieke belasting voorkomt bij 30% van de bevolking en dus niet uitzonderlijk is.
Het Arbeidshof volgde die redenering niet en gaf een andere interpretatie aan hetzelfde cijfer. Als 30% van de bevolking aan een vergelijkbare belasting wordt blootgesteld, blijft 70% onder dat niveau. Voor het hof volstaat dit om te besluiten dat de werknemer wél duidelijk meer was blootgesteld dan de gemiddelde bevolking.
Geen zwart-witverhaal
Opvallend is ook de benadering van causaliteit. De patiënt moest volgens het Arbeidshof niet bewijzen dat zijn hernia concreet door het werk was veroorzaakt. Het volstond dat de aandoening volgens de medische wetenschap kan ontstaan door zware belasting en dat de blootstelling voldoende was. Daarna geldt een onweerlegbaar vermoeden van oorzakelijk verband.
Na deze uitspraak moet Fedris de werknemer vergoeden op basis van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 25 procent. Het arrest onderstreept vooral de impact van medische verslaggeving. Een zorgvuldige documentatie van de voorgeschiedenis is essentieel, zeker bij chronische klachten. Ook nuance is belangrijk: een acute gebeurtenis kan een bestaande aandoening verergeren.
Tot slot blijkt dat de erkenning van een hernia als beroepsziekte geen zwart-witverhaal is. Veel hangt af van medische plausibiliteit, blootstelling en context. In dat proces spelen artsen een doorslaggevende rol.
> Klik hier voor het arrest (in het Frans): https://juportal.be/content/ECLI:BE:CTLIE:2026:ARR.20260311.1/NL








