Amper 7,4 % van de huisartsen gebruikt het TRIO-platform voor arbeidsongeschikten

Bijna een jaar na de wettelijke invoering van het TRIO-platform voor overleg over arbeidsongeschikte patiënten hebben 1.535 van de 20.693 voorziene huisartsen zich minstens één keer aangemeld, goed voor 7,4 %. Bij adviserend artsen gaat het om 201 geregistreerde gebruikers op 253, of 79,4 %. Bij arbeidsartsen registreerden zich 223 van de 651 voorziene gebruikers, wat neerkomt op 34,2 %.

Het TRIO-platform van het RIZIV is een beveiligd digitaal communicatieplatform voor overleg tussen huisartsen, adviserend artsen en arbeidsartsen over arbeidsongeschikte patiënten en hun re-integratie. De wettelijke basis voor TRIO werd gelegd met de wet van 31 januari 2025, die op 19 februari in werking trad. Het platform kwam er nog op de valreep van de vorige federale legislatuur en werd gedragen door drie ministers: Pierre-Yves Dermagne (PS), toen bevoegd voor Werk, David Clarinval (MR), bevoegd voor Zelfstandigen, en Frank Vandenbroucke (Vooruit). 

Geen verplichting
TRIO is een wettelijk verankerd maar niet verplicht communicatie-instrument. De kern ervan is het zogenaamde communicatiedossier voor de arbeidsongeschikte persoon, waarin medische en administratieve gegevens kunnen worden gedeeld tussen betrokken artsen, op voorwaarde dat de patiënt daarvoor expliciet toestemming geeft.

Het platform ondersteunt verschillende procedures, waaronder het Terug-naar-Werk-traject, het re-integratietraject, het voorafgaand werkhervattingsbezoek en bepaalde procedures rond medische overmacht. De ambitie is om de samenwerking tussen artsen te verbeteren en tegelijk beter zicht te krijgen op het verloop en de uitkomst van terug-naar-werktrajecten.

In de praktijk krijgt TRIO vaak pas vorm via concrete interacties tussen artsen. Zo kan een adviserend arts, met toestemming van de arbeidsongeschikte, in TRIO een Terug-naar-Werk-traject opstarten en de huisarts rechtstreeks contacteren. Die ontvangt het bericht via zijn medische software, als die daarop voorzien is, samen met een link naar het communicatiedossier van de patiënt, en kan daarop antwoorden door bijvoorbeeld een medisch verslag toe te voegen en te bepalen welke TRIO-gebruikers dat document mogen raadplegen.

Ook omgekeerd kan een huisarts het platform gebruiken, bijvoorbeeld wanneer een arbeidsongeschikte patiënt een werkplekaanpassing vraagt. In dat geval kan de huisarts via zijn medische software een communicatiedossier aanmaken in TRIO en een bericht richten aan de bevoegde preventiedienst, die door het platform automatisch wordt geïdentificeerd op basis van de werkgever van de patiënt.

Huisartsen aan de zijlijn
Bekijken we de cijfers per beroepsgroep, dan vallen de verschillen in het gebruik van TRIO meteen op. Terwijl adviserend artsen het platform grotendeels hebben opgepikt en arbeidsartsen gedeeltelijk volgen, blijven huisartsen voorlopig aan de zijlijn. Dat verschil hangt ook samen met de manier waarop TRIO juridisch en organisatorisch is opgevat.

Hoewel huisartsen in bepaalde situaties zelf een communicatiedossier kunnen aanmaken, vertrekt TRIO in de praktijk meestal vanuit trajecten die door andere actoren worden opgestart en waarvoor de patiënt expliciet toestemming geeft. Voor veel huisartsen betekent dit dat zij slechts sporadisch met het platform in aanraking komen, wanneer een concrete vraag of procedure zich aandient.

Adviserend artsen zijn vanuit hun functie structureel betrokken bij arbeidsongeschiktheid en opvolgingstrajecten en werken binnen instellingen die rechtstreeks met het platform verbonden zijn. Arbeidsartsen nemen een tussenpositie in, met een duidelijke rol in re-integratie maar minder continue betrokkenheid. Voor huisartsen blijft TRIO voorlopig een bijkomend instrument, zonder verplicht karakter en zonder automatische verankering in de elektronische medische dossiers.

Bewustmaking als volgende stap
Het RIZIV geeft aan dat er bewustmakingsacties lopen om het gebruik van het TRIO-platform te stimuleren en dat die campagnes ook in 2026 worden voortgezet. De wet voorziet bovendien in een stuurorgaan waarin huisartsen vertegenwoordigd zijn, met de opdracht het platform waar nodig bij te sturen. Dat wijst erop dat TRIO wordt gezien als een instrument in ontwikkeling.

> Meer informatie over TRIO

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Dirk DHOLLANDER

    29 december 2025

    1/ Bij mijn medische activiteit bij GTB en VDAB om, samen met een MedischErgonomischTeam (MET-genoemd) arbeidsongeschikte en ook werkzoekenden te ondersteunen ivm arbeidsreïntegratie kan ik geen gebruik maken van dit TRIO-platform. Dat lijkt ook wel een manco.
    2/ De intrinsieke arbeidsmotivatie van de werknemers, arbeidsongeschikt of werkzoekend, die een voorwaarde is voor het slagen van dit overleg is mi toch wat overschat. Misschien komt daar nu wel wat verandering in voor de werkzoekenden ivm het tijdelijk karakter van de werkloosheidsuitkering in een aantal gevallen. Cave dreigende overheveling van werkloosheid naar arbeidsongeschiktheid met misschien dan wel deeltijdse werkhervatting vanuit dit "veiliger en gunstiger" statuut.
    3/ De intrinsieke bereidheid van de werkgevers idem dito en het advies van de arbeidsarts is ook nog te vrijblijvend.
    4/ Des te belangrijker zal overleg al dan niet via TRIO platform nut hebben liefst ondersteund en uitgebreid worden.