De medicomut heeft woensdagochtend een akkoord afgesloten voor de periode 2026–2027. Het gaat om een akkoord met een vastgelegd budgettair kader, een indexering van 2,72% en een reeks ingrepen die vooral de eerste lijn, de niet-fysieke zorg en de nomenclatuur raken. Drie dagen geleden klonk daarover nog openlijke scepsis, maar finaal werd de tekst goedgekeurd binnen de krijtlijnen die al langer op tafel lagen.
Het akkoord loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027. Voor 2026 vertrekt het akkoord van een globale enveloppe van 12,75 miljard euro. Het gedeeltelijk budgettair doel voor de artsenhonoraria bedraagt 12,08 miljard euro, wat neerkomt op een groei van 3,74 procent tegenover 2025. De honoraria voor dialyse stijgen met 2,19 procent tot 196,8 miljoen euro, terwijl de honoraria voor laagvariabele zorg met 9,65 procent toenemen tot 476,9 miljoen euro.
De indexmassa voor 2026 bedraagt 354,5 miljoen euro, goed voor een indexering van 2,72 procent, maar in de concrete aanwending wordt dat bedrag technisch afgevlakt door correcties, onder meer doordat bepaalde prestaties niet in de indexmassa worden opgenomen.
Naast de indexering moet de sector ook besparingen absorberen. De eerder vastgelegde beheersmaatregelen ten belope van 62,2 miljoen euro worden bevestigd, bovenop een bijkomende inspanning van 150 miljoen euro voor de artsen. Voor de dialysehonoraria wordt daarvan 4,4 miljoen euro ingevuld via een gerichte aanpassing van de tarieven.
Het akkoord bevat expliciet de bepaling dat artsen niet financieel of moreel verantwoordelijk kunnen worden gesteld wanneer besparingen door administratieve vertragingen niet vanaf 1 januari 2026 in regelgeving worden omgezet.
Niet-fysieke contacten
Voor raadplegingen en huisbezoeken blijft het akkoord beperkt tot indexering binnen de beschikbare enveloppe. Er is geen herwaardering voorzien. Opvallend is wel de specifieke behandeling van raadplegingen door niet-geaccrediteerde artsen. Die worden niet opgenomen in de indexmassa, maar krijgen wel een afzonderlijke forfaitaire bijsturing van 1,50 euro per raadpleging, wat budgettair resulteert in een netto positieve correctie.
De teleconsultatie in haar huidige vorm verdwijnt. In de plaats komt een ruimer concept van niet-fysieke medische contacten. In 2026 wordt daarvoor 21,1 miljoen euro vrijgemaakt via de geïntegreerde praktijkpremie voor huisartsen, gekoppeld aan het aantal GMD’s. Tegen 30 juni 2026 moet een nieuw model worden uitgewerkt dat telefonische contacten, advies en opvolging buiten fysieke consultaties erkent, maar tegelijk beter controleerbaar is.
Voor 2027 is op jaarbasis 42,5 miljoen euro voorzien voor deze niet-fysieke zorg in de huisartsenpraktijk. Daarnaast wordt 7 miljoen euro gereserveerd voor adviezen op afstand door artsen-specialisten.
Het akkoord bevestigt ook de beweging richting extramurale geneeskunde. Het RIZIV zal samen met wetenschappelijke verenigingen en ziekenhuisfederaties onderzoeken welke ingrepen buiten het ziekenhuis kunnen worden uitgevoerd, op voorwaarde dat toegankelijkheid, veiligheid en kwaliteit gegarandeerd blijven. Daarbij wordt expliciet gesteld dat de deelname van artsen aan ziekenhuiswachtdiensten verzekerd moet blijven wanneer prestaties verschuiven naar een extramurale setting.
Voor de pediatrie wordt een gerichte maatregel opgenomen. Er wordt 2,46 miljoen euro uitgetrokken voor een tijdelijke verhoging van de intra-murale permanentiehonoraria voor pediaters, als compensatie voor de dalende ziekenhuisactiviteit en toezichtshonoraria in de pediatrie en neonatologie, in afwachting van structurele oplossingen via de hervorming van de nomenclatuur.
Het akkoord erkent daarnaast expliciet dat een aantal prestaties structureel verlieslatend zijn. Er wordt verwezen naar een lijst van 251 prestaties waarvoor de verhouding tussen honorarium en reële kosten problematisch is. Die vaststelling leidt in 2026 nog niet tot herwaarderingen, maar de prestaties worden prioritair meegenomen in de hervorming van de nomenclatuur, met bijzondere aandacht voor de opsplitsing tussen professioneel honorarium en kostendeel.
Ereloonsupplementen
Wat de ereloonsupplementen betreft, beperkt het akkoord zich tot een engagement om tijdens de looptijd een voorstel uit te werken op basis van objectieve gegevens, rekening houdend met de huidige en de hervormde nomenclatuur. Een belangrijk uitgangspunt is dat in het toekomstige model geen ereloonsupplementen meer mogelijk zullen zijn op het kostendeel van de honoraria. Er worden in dit akkoord nog geen maximale plafonds vastgelegd.
Voor 2026 bedraagt het sociaal statuut voor artsen die volledig geconventioneerd zijn en de vereiste activiteitsdrempel halen 6.243,59 euro. Voor artsen die gedeeltelijk geconventioneerd zijn of enkel de verlaagde activiteitsdrempel bereiken, bedraagt het sociaal statuut 2.945,25 euro. Voor artsen in forfaitaire systemen loopt het bedrag op tot 8.403,62 euro.
Wat de conventieregels betreft, blijft het akkoord vasthouden aan de klassieke procedures, maar met een specifieke bepaling voor jonge artsen. Pas afgestudeerde artsen-specialisten krijgen de mogelijkheid om hun conventiestatus onmiddellijk na het afstuderen te wijzigen. De medicomut vraagt de regering om het bestaande wettelijke kader hiervoor te verfijnen.
Het RIZIV garandeert daarnaast dat de publicatie van conventiepercentages en aantallen toetredingen en weigeringen uitsluitend zal gebeuren op basis van correcte en verifieerbare gegevens, met toepassing van een minimale activiteitsdrempel en uitsplitsingen per specialisme, leeftijd, accreditering en sociaal statuut.
Gelijker speelveld voor data
Tot slot bevat het akkoord ook engagementen rond toegang tot data. Het RIZIV belooft de toegang tot gezondheids- en terugbetalingsgegevens voor de overlegpartners te verruimen en zo een gelijker speelveld te creëren tussen artsenorganisaties en ziekenfondsen. Via het project Connecto moeten nota’s en processen-verbaal van overlegorganen publiek toegankelijk worden, terwijl artsenorganisaties meer toegang krijgen tot geanonimiseerde secundaire data die vandaag hoofdzakelijk bij de ziekenfondsen beschikbaar zijn.
Lees ook:
> “Een akkoord met een maximum aan luisteren en dialoog”
> "Een mager akkoord, maar het is beter dan geen akkoord" (Stan Politis)
> Kartel: “Nieuw akkoord is heuse prestatie in tijden zonder budgettaire marge”
> Domus Medica benadrukt resultaat van intensieve onderhandelingen over nieuw tarievenakkoord
> Solidaris ontgoocheld over tarievenakkoord: "Onaanvaardbaar dat patiënt moet opdraaien"








